<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?><?xml-stylesheet href="http://www.blogger.com/styles/atom.css" type="text/css"?><feed xmlns='http://www.w3.org/2005/Atom' xmlns:openSearch='http://a9.com/-/spec/opensearchrss/1.0/' xmlns:georss='http://www.georss.org/georss' xmlns:gd='http://schemas.google.com/g/2005' xmlns:thr='http://purl.org/syndication/thread/1.0'><id>tag:blogger.com,1999:blog-36913458</id><updated>2012-02-14T02:47:07.359+01:00</updated><title type='text'>Naar een beter jazzbeleid in Nederland</title><subtitle type='html'></subtitle><link rel='http://schemas.google.com/g/2005#feed' type='application/atom+xml' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/feeds/posts/default'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default?max-results=100'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/'/><link rel='hub' href='http://pubsubhubbub.appspot.com/'/><author><name>Michiel Scheen</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06425155416830444402</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><generator version='7.00' uri='http://www.blogger.com'>Blogger</generator><openSearch:totalResults>8</openSearch:totalResults><openSearch:startIndex>1</openSearch:startIndex><openSearch:itemsPerPage>100</openSearch:itemsPerPage><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-36913458.post-5762067539294765576</id><published>2008-09-07T17:05:00.000+02:00</published><updated>2008-09-07T17:06:24.095+02:00</updated><title type='text'>Het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten maakt een flitsende start</title><content type='html'>Een aantal dingen vallen op bij de subsidietoekenningen van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten (NFPK) op 21 augustus 2008 jl.&lt;br /&gt;Hoewel dramatisch voor de betrokkenen, lijkt de commotie enigszins overdreven als je bedenkt dat het slechts een organisatiewijziging betreft. De kleinere ensembles worden niet meer door een commissie van de Raad voor Cultuur (RvC) en uiteindelijk de bewindspersoon beoordeeld, maar door een commissie van het NFPK. Deze wijziging maakt het de minister gemakkelijker. Hij hoeft zich niet meer door 800 subsidieaanvragen te worstelen, want die worden nu over de RvC en andere kunstfondsen verdeeld, waaronder dus het gloednieuwe NFPK. &lt;br /&gt;Wel vreemd is het, dat de RvC en voorgaande staatssecretarissen de Ton Koopmannen en Willem Breukers al die jaren dan maar heeft laten “doormodderen”. Waarom nu opeens dat radicale negatieve oordeel? Waarschijnlijk omdat andere criteria (zoals publieksbereik en bedrijfsvoering) plotsklaps doorslaggevend zijn geworden. Waar Koopman en Breuker hun gesubsidieerde carrière konden starten met lege zalen, worden zij nu eindelijk ook de maat genomen waar latere generaties bij hún start zijn geconfronteerd. Spijtig dat de oude garde niet eenzelfde creatief ondernemerschap laat zien als hun opvolgers, maar wel fair als je doorstroming wilt binnen een gelijkblijvend budget (waarover later meer). Koopman en Breuker kunnen nu eventueel op projectbasis verder.&lt;br /&gt;Hoewel er dan ook wel weer vraagtekens bij het oordeel over de publieksopbouw gezet kunnen worden; Koopman en Breuker hebben in al die jaren weldegelijk hun eigen publiek opgebouwd en vergroot. Om bij hen dan de stekker er helemaal uit te trekken, is dan ongeveer hetzelfde als tegen die celbioloog met zijn jarenlange gesubsidieerde carrière in de universitaire wereld zeggen: “we stoppen ermee, had je maar een kant en klare wonderpil voor een hele hoop mensen moeten produceren”. Artistieke of wetenschappelijke innovatie in relatie tot “maatschappelijke relevantie” wordt blijkbaar op verschillende momenten verschillend uitgelegd. &lt;br /&gt;Even ingezoomd op de gesubsidieerde jazzsector: al vanaf 1997 zijn er meerdere organisatorische wijzigingen in dit deel van het stelsel doorgevoerd. Tussen 1997 en 2001 zijn de concertsubsidies langs drie loketten gegaan, om uiteindelijk met een tijdelijke regeling bij het NFPK terecht te komen. Het aantal subsidiabele jazzpodia is intussen gedecimeerd. Directeur George Lawson erkent de malaise en wil daar de komende twee jaar wat aan gaan doen, beter laat dan nooit. Maar opvallend is dat nu ook “het aanbod” (het aantal jazzensembles) meer dan gehalveerd wordt: van 18 in de vorige periode, naar 8 ensembles nu. De kritiek die veel ensembles (waaronder Breuker) van het NFPK krijgen, was dat zij de laatste jaren “niet zichtbaar zijn geweest op de Nederlandse podia”. Logisch, die waren er bijna niet meer! Is dit een self-fulfilling prophecy?&lt;br /&gt;Verder valt op dat zo’n 75% van het cultuurbudget van Plasterk naar de zogenaamde Basisinfrastructuur (BIS) gaat. Dat zijn veeljarige subsidies voor de grote instellingen, zoals de musea, symfonieorkesten, de Nederlandse Opera enzovoort. Waar voorheen subsidies vermomd waren als vierjarige “structurele” subsidies (begrijpt u ‘m?) wordt nu fors geïnvesteerd in langjarige instandhouding. Subsidies zijn voor de grote jongens dus niet meer een stimuleringsmaatregel, maar haast een uitkering ‘voor het leven’. De Stichting Jazz in Nederland (SJIN) werd door staatssecretaris van cultuur Aad Nuis in 1997 verweten “aan instandhouding van ensembles te doen”. Destijds het argument om de SJIN op te doeken. Maar met die verdwijning werden op zichzelf geëigende subsidietechnieken voor de jazzmuziekpraktijk met het badwater weggegooid. Doodzonde, zoals trompettist en Edison-prijswinnaar Eric Vloeimans het zelfs nog in 2007 in het BUMA-magazine zei. &lt;br /&gt;En waar je vroeger een tweedeling in aanbod- en afnamesubsidies zag (ensembles, respectievelijk podia) zie je nu een tweedeling in de grote en de kleine jongens ontstaan. De kleinschalige muziekpraktijk wordt de toegang tot een veeljarig perspectief ontnomen, want komt per definitie niet voor in de basisinfrastructuur. Door het gebrek aan continuïteit worden kleine jongens natuurlijk nooit groot. Opnieuw een self-fulfilling prophecy?&lt;br /&gt;Tenslotte is het opvallend dat Plasterks eigen PvdA in al zijn laatste verkiezingscampagnes het kunstbudget wilde opkrikken naar 1% van de rijksbegroting. Als dit gerealiseerd zou worden, zijn al deze “opvallende” keuzes van het NFPK helemaal niet nodig. Wellicht nog iets om in de Tweede Kamer te bespreken naar aanleiding van  Prinsjesdag?&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/36913458-5762067539294765576?l=jazz-in-nederland.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/feeds/5762067539294765576/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=36913458&amp;postID=5762067539294765576&amp;isPopup=true' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/5762067539294765576'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/5762067539294765576'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/2008/09/het-nederlands-fonds-voor-de.html' title='Het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten maakt een flitsende start'/><author><name>Michiel Scheen</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06425155416830444402</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-36913458.post-5312348974827593869</id><published>2008-09-07T16:52:00.001+02:00</published><updated>2008-09-07T17:02:42.481+02:00</updated><title type='text'>Jazz en de Nederlandse politiek</title><content type='html'>Dit weblog is een iets uitgebreide versie van het beleidsstuk (Het Jazzmanifest) dat ik voor de Beroepsvereniging van Improviserende Musici (BIM) schreef. Aanleiding was een aantal artikelen die in 2005 in Vrij Nederland en de Volkskrant over jazzclubs en het jazzcircuit in Nederland werden gepubliceerd. Daarin werd naar mijn mening de ontwikkeling van de gesubsidieerde jazzsector eenzijdig belicht. Ook voor het zich steeds vernieuwende BIMbestuur vond ik het noodzakelijk de gebeurtenissen eens op een rijtje te zetten. Daarnaast ben ik op persoonlijke titel (maar wel met het profiel van oud-BIM voorzitter) een briefwisseling met het het Ministerie van OC&amp;W gestart. Zoals in het beleidsstuk te lezen is, kun je grote vraagtekens zetten bij het door OC&amp;W en andere instanties gevoerde beleid. &lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Buikriemjaar&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Het begon met de manipulaties om de Stichting Jazz en geïmproviseerde muziek In Nederland (SJIN) op heffen. Met de reorganisatie van het orkestenbestel door de commissie Sutherland halfverwege de jaren '80, zou de SJIN jaarlijks fl 6 ton meer krijgen. Maar dit is nooit gebeurd. De druk op het SJIN budget nam steeds meer toe. Daar kwam nog de aanwas van nieuwe generaties musici (die hun plekje opeisten) bij. De SJIN kwam in een neerwaartse spiraal terecht: imagoproblemen werden breed in de kranten uitgemeten. Bovendien verloor de nieuwe SJIN-directie de controle over de budgetten (waarschijnlijk bewust), zodat er tekorten ontstonden en de redenen voor opheffing gevonden waren. Halverwege 1996 werd een zogenaamd "buikriemjaar" afgekondigd: de concerten voor de rest van dat jaar moesten maar voor de helft van het subsidiebedrag plaats vinden. Daarmee werden gemaakte afspraken tussen podia en musici van tafel geveegd. De BIM protesteerde: malversaties binnen de SJIN mogen niet derden (musici en podia) treffen. Ingrijpen van staatssecretaris Nuis was noodzakelijk om de schade te beperken. Maar het opheffen van de SJIN werd Nuis zo wel makkelijk gemaakt: per 1997 ging toch een nieuw Kunstenplan in, waarbij de rol van de SJIN was uitgespeeld ... &lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Staatssecretarissen&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Het was Nuis echter niet te doen om verbetering van de situatie: het bleek onmogelijk hem uit te leggen dat de SJIN overwegend concertsubsidies verstrekte. Hij bleef star van mening dat de SJIN "ensembles in stand houdt". De subsidie moest nu via Muziek en Theater Netwerk (MTN) naar de podia stromen. Geen "aanbodsubsidies", maar "afnamesubsidies". Halverwege de negentiger jaren was het subsidiëren van het aanbod en "instandhouding" opeens 'not done'. Wel vreemd dat nu, vanaf 2009, een basisinfrastructuur in het cultuurbeleid wordt geïntroduceerd, waarbij volop sprake is van instandhouding van instituties die al jaren werkzaam zijn, zoals bijvoorbeeld het Concertgebouworkest en het Rijksmuseum. Nu zijn aanbodsubsidie en instandhouding dus wel weer OK? Wat een beleidsmatig gezwalk! &lt;br /&gt;Verder werd in 1997 tegen het BIMbestuur gezegd: "we kunnen niet meer al die piepkleine podia blijven subsidiëren, dat is buiten proportie. We willen er naar toe dat pas bij 100 bezoekers gemiddeld per concert rijkssubsidie mogelijk van toepassing is". Welnu: kijk dan eens naar wat de klassieke muzieksector aan subsidies krijgt: het Rijk doneert de symfonieorkesten alleen al zo'n 68 miljoen per jaar en daar komt dan nog provinciaal en gemeentelijk geld bij. Het Brabants Orkest krijgt van het Rijk alleen al 5 miljoen, dat is nog meer dan de gehele Nederlandse jazzsector bij elkaar. Op een toegangkaartje in het Concertgebouw zit vele malen meer subsidie dan op de entree in het BIMhuis. Hoezo "proporties"? Hoezo "een divers cultureel beleid"? Hoezo "spreiding"? Zo inconsequent, willekeurig en inconsistent als de pest! Enfin; Nuis halveerde het podiumbestand en de concertsubsidies. De mogelijkheden voor acquisitie van musici werden navenant slechter. &lt;br /&gt;Staatssecretaris Van der Ploeg richtte het FPPM op, waarbij de programmering van kleinschalige podia in een vacuüm kwam. Erger was nog dat Van der Ploeg het jazzbeleid maar even helemaal vergeten was, de kleine podia deden hun aanvragen keurig, maar werden steeds op procedurele gronden afgewezen. Intussen vonden er geen concerten plaats. Pas toen het FPPM zelf de lacune benoemde en uit eigen beweging een subsidieregeling verzon, konden de kleine podia ook weer ergens terecht. Maar nog steeds is deze regeling tijdelijk, een structurele oplossing is nog steeds niet gevonden. Bij de opvolger per 2009 (het NFPK+) dreigt hetzelfde te gebeuren: de rijksoverheid vindt dat de programmering op de podia gefinancierd moet worden door de gemeenten. Maar die doen niks voor de jazz. Zo wijzen deze overheden naar elkaar en belijden alleen met woorden de "cultuur te stimuleren". Wat een mentaliteit! Karakterloosheid van goedbetaalde ambtenaren. &lt;br /&gt;Dat laatste kan ook gezegd worden over het beleid van staatssecretaris Medy van der Laan. Gevraagd naar haar politieke keuzen en beleid (of het gebrek eraan) laat zij weten dat zij niet in staat is het bedrag te noemen dat haar ministerie uitgeeft aan jazzmuziek. Terwijl ze van de door haar gesubsidieerde instellingen gedetailleerde verslagen eist. Cultural governance, maar dat geldt dan niet voor jezelf? Wat een zelfdiskwalificatie en onprofessionele suffigheid! Ook vond ze het niet noodzakelijk budgetten te "oormerken". Toen ik vervolgens vroeg hoe het dan zat (zit) met het Nederlands Popmuziek (subsidie)Plan, zweeg ze in alle talen. En ook nog: in haar eigen beleidsnota zegt ze niet meer te willen uitgaan van "wat hebben we ervoor over?, maar "wat kost het". Nou, dat geeft de BIM dus aan. Doe er je voordeel mee. Zoveel kost het niet.&lt;br /&gt;En mijn laatste brief in de correspondentie met OC&amp;W werd beantwoord door minister Ronald Plasterk. Ook dat was weer een mooi staaltje van ontwijking en het afwijzen van verantwoordelijkheid. Zo houdt hij alle inconsequenties in stand. Op de zinsnede "De meeste professionele Nederlandse musici werken nu vooral niet in Nederland" in het BIMbeleidsstuk reageert Plasterk enthousiast: "een mooie zaak dat wij over de landsgrenzen zoveel erkenning ontmoeten". Tja, binnenslands is die er dus niet. Dan maar weer reissubsidies aanvragen om toch met dit werk je brood te verdienen. Maar hoe efficient is dat dan? Als je in eigen land kunt werken zijn al die extra (reis)subsidies toch niet meer nodig? &lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Sectoroverleg&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;In 2005 zijn het FPPM, de NTB, de Dutch Jazzconnection, de Jazzorganisatie en de BIM om de tafel gaan zitten om naar verbetering in de situatie te zoeken. Uiteindelijk zijn het de vrijwilligers van de BIM geweest die een Jazzmanifest in elkaar hebben gedraaid; de gesubsidieerde organisaties waren teveel met zichzelf bezig om een zinnig woord over de toestand van de jazzpodia en -musici op papier te krijgen. Hun gedwongen fusie was blijkbaar te bedreigend voor de eigen werkgelegenheid en nam alle aandacht in beslag om zich bezig te houden met anderen. Wat mij betreft kun je de jazzafdelingen van de nieuwe fusie (het Muziekcentrum Nederland) zo in de prullenbak gooien: daar hoeven jazzmusici niet veel van te verwachten. Overlegje hier, buitenlands congresje daar: heerlijk! &lt;br /&gt;Alleen woorden, geen daden...&lt;br /&gt;In november 2005 publiceerde OC&amp;W het rapport “Bestel in beeld”. Daarin werd het hoofddoel van het beleid van het ministerie geformuleerd: “het scheppen van voorwaarden voor het in stand houden, ontwikkelen, sociaal en geografisch spreiden of anderszins verbreiden van cultuuruitingen; hij laat zich daarbij leiden door overwegingen van kwaliteit en verscheidenheid”. &lt;br /&gt;Mooie, lege woorden ... nihilistischer proza vindt je niet ... &lt;br /&gt;Of gaat het dan toch echt nergens om?&lt;br /&gt;[28 juni 2008]&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/36913458-5312348974827593869?l=jazz-in-nederland.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/feeds/5312348974827593869/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=36913458&amp;postID=5312348974827593869&amp;isPopup=true' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/5312348974827593869'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/5312348974827593869'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/2008/09/jazz-en-de-nederlandse-politiek.html' title='Jazz en de Nederlandse politiek'/><author><name>Michiel Scheen</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06425155416830444402</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-36913458.post-116233310481606883</id><published>2006-10-31T23:17:00.002+01:00</published><updated>2008-09-07T16:57:41.044+02:00</updated><title type='text'>Naar een beter jazzbeleid in Nederland - Inleiding en doelstelling</title><content type='html'>&lt;br&gt;Dit beleidsstuk heeft tot doel middelen aan te dragen ter verbetering van het jazzbeleid in Nederland. De Nederlandse overheid besteedt te weinig aandacht aan de sector en met name de “Haagse” maatregelen van de afgelopen tien jaar blijken vooral ongunstig te zijn geweest. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De nota “Verschil maken” van staatssecretaris Medy van der Laan (september 2005) heeft een ‘herijking’ van de Cultuurnota-procedure ingezet. Naast de “grote instellingen” (zoals bijvoorbeeld het Rijksmuseum) wordt op dit moment ook naar de rol van de fondsen gekeken. Het Rapport Alons (november 2006) stelt de oprichting van een Fonds voor Muziek, Dans en Theater voor. De wensen van de Beroepsvereniging van Improviserende Musici sluiten bij dit rapport aan. In deze reorganisatie van het cultuurbestel moeten duidelijke keuzen worden gemaakt ten aanzien van de kleinschalige muziekpraktijk. Wat betreft de jazzmuziek zou prioriteit moeten gegeven worden aan het inlopen van de achterstandspositie van de sector, met name als het gaat om de ontwikkeling van het gespecialiseerde jazzpodiumcircuit. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit beleidsstuk wil dan ook handvaten bieden bij een mogelijke praktische uitwerking van dergelijke plannen. Om toekomstige politieke keuzen een stevig fundament te geven, is inzicht in de ontwikkelingen en lacunes in het jazzbeleid van de laatste decennia van belang. Op basis van dit recente verleden wil dit stuk wil vooral mogelijke oplossingen en verbeteringen bieden. Gesterkt door voortschrijdend inzicht willen de professionals in de sector (podia en musici) meedenken en meer gelegenheid krijgen mee te beslissen over hun beroepspraktijk en het te voeren beleid. Met de genoemde zaken in dit stuk hoopt de BIM de toekomstige politieke keuzen te vergemakkelijken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Lijst van gebruikte afkortingen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;BIM – Beroepsvereniging van Improviserende Musici&lt;br /&gt;FAPK – Fonds voor de Amateur- en Podiumkunsten&lt;br /&gt;FPPM – Fonds voor de Podium Programmering en Marketing&lt;br /&gt;FST – Fonds voor de Scheppende Toonkunst&lt;br /&gt;FvdM – Fonds voor de Muziek (in concept, 2006)&lt;br /&gt;IPO – Integraal Provinciaal Overleg&lt;br /&gt;MTN – Muziek en Theater Netwerk Nederland&lt;br /&gt;NI – Nederlands Impresariaat&lt;br /&gt;NTB – Nederlandse Toonkunstenaars Bond&lt;br /&gt;OCW – Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen&lt;br /&gt;RKP – Regeling Kleinschalige Podia (bij het FPPM)&lt;br /&gt;VIP – Vereniging van Improvisatie Podia&lt;br /&gt;VNG – Vereniging van Nederlandse Gemeenten&lt;br /&gt;WVC – Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/36913458-116233310481606883?l=jazz-in-nederland.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/feeds/116233310481606883/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=36913458&amp;postID=116233310481606883&amp;isPopup=true' title='2 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/116233310481606883'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/116233310481606883'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/2006/10/inleiding-en-doelstelling.html' title='Naar een beter jazzbeleid in Nederland - Inleiding en doelstelling'/><author><name>Michiel Scheen</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06425155416830444402</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>2</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-36913458.post-116233290726664698</id><published>2006-10-31T23:14:00.001+01:00</published><updated>2008-06-21T09:17:40.707+02:00</updated><title type='text'>Samenvatting</title><content type='html'>&lt;br&gt;In de jaren 1975-1996 heeft de door het Ministerie van WVC gesubsidieerde Stichting Jazz en geïmproviseerde muziek In Nederland (SJIN) als eerste landelijke organisatie de professionele jazzmuzieksector uitgebouwd. De opeenvolgende reorganisaties in het Cultuurnota-beleid daarna, hebben een ongunstige uitwerking op de sector gehad. Staatssecretaris Nuis (D66, Cultuurnota 1997-2001) halveerde het aantal gesubsidieerde jazzpodia en sloot het concertensubsidie-loket voor musici. Van der Ploeg (PvdA, 2001-2005) creëerde een beleidsvacuüm voor kleinschalige podia. &lt;br /&gt;Medy van der Laan (D66, 2005-2008) heeft ondanks adviezen en analyses van de Raad voor Cultuur en signalen uit het beroepsveld niets gedaan aan de zich verergerende situatie. Uiteindelijk heeft dit toe geleid dat het podiumcircuit is gedecimeerd: van circa 120 gesubsidieerde jazzpodia in de ‘80er jaren naar zo’n 37 in 2006. De basisinfrastructuur van de sector is fundamenteel verzwakt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er is geen sprake van ‘sanering’: het grootste deel van de overgebleven podia wordt niet beter ondersteund. De verhoudingen binnen de rijkssubsidiëring van het circuit liggen scheef: 4 podia in de Randstad krijgen 69% van het rijksbudget, 33 regionale podia krijgen 31%. De regionale podia hebben zich niet kunnen professionaliseren of in publieksuitbreiding kunnen investeren. Hierdoor is de werkgelegenheid van musici (en de spreiding daarvan over het land) sterk afgenomen. Het landelijke budget voor reguliere jazzprogrammering is € 1,08 miljoen. Om een indicatie van de mogelijkheden van dat budget te geven: omgerekend kunnen daarvan jaarlijks slechts 74 musici een halfmodaal jaarinkomen betrekken (€ 1,8 miljoen gedeeld door € 14.500). Nederlandse jazzmusici werken nu vooral niet in Nederland.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zonder dat de muziekpraktijk daartoe aanleiding geeft is subsidiëring van podia en musici politiek-bestuurlijk gescheiden. Aanbod en afname sluiten beleidsmatig niet op elkaar aan. &lt;br /&gt;De onderhandelingspositie van musici is verzwakt: nergens kunnen zij concertsubsidies aanvragen. En in de afstemming tussen het cultuurbeleid van het rijk, de provincies en de gemeenten komt de jazzmuziek nauwelijks aan bod. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mogelijke oplossingen liggen in een meer flexibele en efficiënte subsidiëring, gepaard aan een bescheiden verhoging van ongeveer de helft van het huidige landelijke jazzbudget: van de huidige circa € 5 miljoen naar € 7,5 miljoen. Daarbij moet gestreefd worden naar een organisatievorm die de toets der tijd kan doorstaan. Eén instelling, die de centrale regie over het beleid voert, zou het jazzbestel weer slagkracht moeten geven. De ontwikkeling van een vitaal jazzconcertleven moet de hoogste prioriteit krijgen.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/36913458-116233290726664698?l=jazz-in-nederland.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/feeds/116233290726664698/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=36913458&amp;postID=116233290726664698&amp;isPopup=true' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/116233290726664698'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/116233290726664698'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/2006/10/samenvatting.html' title='Samenvatting'/><author><name>Michiel Scheen</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06425155416830444402</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-36913458.post-116233217471117612</id><published>2006-10-31T22:58:00.001+01:00</published><updated>2008-06-21T09:18:22.714+02:00</updated><title type='text'>Hoofdstuk 1 Wat is jazz en geïmproviseerde muziek?</title><content type='html'>&lt;br&gt;Nader beschouwd is jazz en geïmproviseerde muziek geen “stijl”. &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;em&gt;Jazz en geïmproviseerde muziek is de kunst van het improviseren waarbij musici tijdens de uitvoering in het bijzijn van de luisteraar/toeschouwer muzikale processen vormgeven. Groepsinteractie en interactie tussen makers en publiek zijn essentieel.&lt;/em&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In principe zijn alle muzikale bronnen uitgangspunt voor het organiseren en interpreteren van geluid. Het ontwikkelen van een eigen stem, een eigen geluid, een individuele signatuur staat centraal: door middel van ideeën, intuïtie, associatie, muzikale bagage, techniek en vakmanschap wordt die persoonlijke klankwereld geschapen. Instrumentale techniek, groepsorganisatie en muzikale ideeën vormen een eenheid en leiden tot een herkenbare muzikale identiteit. Binnen het genre is een zeer grote verscheidenheid aan esthetiek, concepten en stijlen te vinden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Essentieel is de verhouding tussen compositie (de vaste herhaalbare vorm, het thematische materiaal) en improvisatie (het uitwerkingsproces, het speelse, onderzoekende en onvoorspelbare, de persoonlijke interpretatie, het verhaal, de instrumentale ‘sound’). Samenwerkingsstrategieën, muzikale en emotionele intelligentie, het streven naar een teamprestatie en inhoudelijk-structurele bijdragen van de musici zijn hiervoor vereist. Individuele vrijheid - de solistische of improvisatorische vaardigheid - wordt verweven met collectieve verantwoordelijkheid - ten opzichte van het muzikale uitgangspunt. Op het podium wordt het risico op het moment zelf genomen. Muzikale ontwikkeling vindt autonoom en onafhankelijk van trends of bestaande conventies plaats, en - anders dan bij andere genres - niet in de werkkamer of repetitieruimte, maar vooral tijdens de concerten.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Concerten zijn eenmalige gebeurtenissen (“unica”) en hebben een onherhaalbaar, uniek karakter; er wordt geen vooraf tot in de perfectie gerepeteerde vaardigheid getoond. Zij vinden in een informele setting plaats: er is ruimte voor concentratie en ontspanning, beweging en plezier, binnen een concertante en aandachtige sfeer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het samenspelen is de basis van muziek maken en komt bij ieder genre voor. Maar het improviseren legt de essentie van muziek maken als in geen ander genre bloot. De werkwijze van het improviserend musiceren is heel specifiek en heeft achteraf bekeken veel ontwikkelingen in werking gezet. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Nederlandse improvisatiemuziek onderscheidt zich de laatste decennia door ‘cross-overs’ met muziektheater, het onder toevoeging van 20e-eeuwse elementen hernemen van de improvisatietraditie uit de Europese kamermuziek, ‘performance-art’ en verregaand instrumentaal klankonderzoek. Het in aanvang veelvuldig op ironische wijze gebruik maken van stijlcitaten (mars, tango, wals) is al enige tijd in de marge verdwenen. De Nederlandse improvisatiemuziek kenmerkt zich misschien nog wel het meest door het continu willen formuleren van nieuwe muzikale vertrekpunten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De improvisatiemuziek bevindt zich ergens in het midden tussen de ‘highbrow’ en ‘lowbrow’ cultuur. Het is te informeel, te ongewis, te direct, om aan uitgebreide intellectuele analyse te onderwerpen, maar het heeft teveel lagen, muzikale verdieping, verrassende dynamiek en wendingen om oppervlakkige bevrediging te schenken (“je moet er wel echt naar luisteren”). Improviserende musici tonen de schoonheid van het avontuur. In hun muziek materialiseren zij het concept ‘risico’ in zijn meest zuivere verschijningsvorm. Zij creëren niet alleen, maar interpreteren en vertolken tegelijkertijd. De in de eerste alinea beschreven definitie kent derhalve een breed spectrum: van traditionele jazz tot electro-impro: van Rita Reys tot Luc Houtkamp; van het ICP Orchestra tot Benjamin Herman’s New Cool Collective; van Greetje Bijma tot Izaline Calister. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het publiek dat naar concerten komt, ervaart de interactie tussen musici als het meest opvallend. Het vindt het “spannend” en “verrassend” te zien hoe de musici met het muzikale materiaal en elkaar omspringen. En hoe makkelijk het is, zich in te kunnen leven in de musici. Typisch is ook dat men vaak ziet dat het publiek een groep volgt op zijn tournee, om te kijken hoe deze op andere avonden spelen. Anders dan bij bijvoorbeeld een toneelvoorstelling, musical of  popconcert is een improvisatieconcert een unieke gebeurtenis, waarbij iedere voorstelling een eigen verloop heeft.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een professioneel peil van musiceren kan alleen bereikt worden als de musici en ensembles zich op het podium kunnen ontwikkelen. Veel concertervaring is nodig om de kwaliteit te verhogen en te behouden. Daarnaast studeren de musici op hun instrument, ontwikkelen materiaal (composities, arrangementen, bewerkingen), repeteren in ensembles, maken cd- of dvd-producties, verwerven concerten en voeren een promotiebeleid. De verdeling van uren is zeer individueel, maar een werkweek van 60 uur is niet vreemd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;Het bewust nemen van risico, de schoonheid van het avontuur, de poëzie van het moment, het inzicht in wordingsprocessen, teamprestatie, zelfstandig structurele beslissingen maken ten dienste van het geheel, het inzetten van een diversiteit aan mentale vermogens, flexibiliteit, inlevingsvermogen, het onmiddellijk op waarde kunnen schatten van onbekende elementen, probleemoplossend handelen en de verweving van individuele vrijheid met collectieve verantwoordelijkheid is als een leefwijze. In een steeds veranderende wereld kan deze creatieve attitude als inspiratiebron een belangrijke bijdrage leveren aan de cultuur in Nederland.&lt;/em&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/36913458-116233217471117612?l=jazz-in-nederland.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/feeds/116233217471117612/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=36913458&amp;postID=116233217471117612&amp;isPopup=true' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/116233217471117612'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/116233217471117612'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/2006/10/hoofdstuk-1-wat-is-jazz-en.html' title='Hoofdstuk 1 Wat is jazz en geïmproviseerde muziek?'/><author><name>Michiel Scheen</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06425155416830444402</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-36913458.post-116233104142910835</id><published>2006-10-31T22:41:00.001+01:00</published><updated>2008-06-21T09:19:58.158+02:00</updated><title type='text'>Hoofdstuk 2 Korte focus op het jazzbeleid van de afgelopen drie decennia</title><content type='html'>&lt;br&gt;De Stichting Jazz en Geïmproviseerde muziek In Nederland (SJIN) was de eerste instelling die landelijk jazzbeleid ontwikkelde en uitvoerde. Van 1975 tot en met 1996 subsidieerde zij musici en ensembles, die daarmee hun uitkoopsom bij podia konden verlagen. Door deze techniek werd de onderhandelingspositie van de musici verbeterd en konden zij meer en nieuwe podia bereiken. Naast deze basis (het Podiumplan) was er flankerend beleid om in een vergoeding voor professionele kosten van musici (repetities en promotie) te voorzien (het Groepsbudget). Door de stimulerende werking van de regelingen ontstond er na verloop van tijd een circuit van circa 80 gespecialiseerde jazzpodia en 40 podia die incidenteel van de SJINregelingen gebruik maakten. In 1986 bevatte de SJIN podiumlijst 220 mogelijk subsidiabele podia. Nadeel van dit systeem was dat gemeenten uitsluitend het ‘casco’ faciliteerden en het rijk de programmering, zonder al te veel op de hoogte te zijn van elkaars doen en laten. Ook werd niets gedaan aan de rechtstreekse verbetering van de positie van de podia. Toch heeft de SJIN in deze opbouwfase de jazzprogrammering in Nederland sterk verspreid, ook door het genereren van positieve aandacht in de media. &lt;br /&gt;Het Nederlands Impresariaat kreeg in 1992 van het Ministerie een deel van het SJIN budget toegewezen om jazzmuziek in het schouwburgencircuit af te zetten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na imagoproblemen (nieuwe generaties musici wilden ook meedoen) werd de SJIN op instigatie van het ministerie van OC&amp;W door het Muziek- en Theater Netwerk Nederland (MTN) vervangen. De SJIN moest verdwijnen omdat deze volgens OC&amp;W “ensembles in stand houdt”. Zonder de werkelijke knelpunten te benoemen - een groeiende sector versus een gelijkblijvend budget - en met een onjuiste typering van het SJINbeleid werd een ommezwaai naar het subsidiëren van podia gemaakt. Toenmalig staatssecretaris Nuis nam zich hierbij voor “minder podia beter te ondersteunen”. Uiteindelijk deed hij dat niet; hij reduceerde het aantal subsidiabele jazzpodia van de circa 120 reguliere, tot 50 zogenaamde ‘kernpodia’, maar stelde uitsluitend budgetten voor de programmering ter beschikking. Van sectorontwikkeling en “betere ondersteuning” kwam niets terecht. Professionalisering, promotie, marketing en publieksuitbreiding kon zo bij deze podia niet worden gerealiseerd. Ook waren musici vanaf dat moment van concertsubsidiëring uitgesloten; zij konden uitsluitend voor productie- en organisatiekosten terecht bij het Fonds voor de Amateur- en Podiumkunsten (FAPK). Marktuitbreiding werd voor hen hierdoor bemoeilijkt. Slechts een klein aantal ensembles werd (worden) in hun beheerskosten vanaf 1997 rechtstreeks door OC&amp;W ondersteund.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In 2001 riep staatssecretaris Van der Ploeg het Fonds voor de Podium Programmering en Marketing (FPPM) in het leven. Het MTN jazzbeleid (het ‘Jazzplan’) werd overgeheveld naar dit nieuwe fonds. De doelstelling van het FPPM was echter niet subsidiëren van ‘reguliere’ concertreeksen: in de verdeling van de beleidsverantwoordelijkheden lag dit bij de gemeenten. Het FPPM had alleen regelingen voor afzonderlijke projecten. Voor overigens alle ‘kleinschalige’ muziek ontstond er zo een lacune in het beleid en vielen er nog meer podia af, waarop het FPPM besloot binnen het eigen budget de tijdelijke ‘Regeling Kleinschalige Podia’ (RKP) in te stellen. Door het steeds veranderende beleid en de tijdelijkheid van de RKP was echter voor veel kleine en kwetsbare podia de onzekerheid over het voortbestaan groot; ook na het instellen van de RKP gaf opnieuw een aantal podia er de brui aan. Pas in 2006 kon het FPPM besluiten de RKP tot en met 2008 te continueren: voor twee jaar (...) is er nu zekerheid. Wat er na 2008 gebeurd is nog onduidelijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Staatssecretaris Medy van der Laan (D66) handhaafde de achterstandpositie van de sector. Zonder opgaaf van argumenten, zonder cijfermatige onderbouwing en zonder de adviezen en sectoranalyses van de Raad voor Cultuur ter harte te nemen, continueerde zij stilzwijgend het beleid van haar voorgangers. Van der Laan had echter blijkbaar nog wel financiële ruimte toen zij in het najaar van 2005 een aantal symfonieorkesten nog eens extra ondersteunde met €150.000, “omdat zij niet in staat zijn eigen inkomsten te genereren op het moment dat zij operavoorstellingen moeten begeleiden”. In de noodzakelijke uitbreiding van het jazzbudget zag zij niets. Daarbij liet zij weten dat "mijn ministerie niet over de capaciteit beschikt de nodige statistische informatie te generen en voor extern gebruik te ontsluiten". So much for 'cultural governance'.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het resultaat is dat het aantal concerten en het budget gehalveerd zijn en dat het aantal gespecialiseerde jazzpodia van ongeveer 120 tot 37 is teruggebracht. De verhoudingen binnen het podiumcircuit zijn scheef komen te liggen. Vanaf 2006 moet de helft van de concerten op 4 podia plaatsvinden, voor 69 % van het rijksbudget, de andere helft op 33 podia, voor 31% van het rijksbudget. De huidige regelingen bieden weinig tot geen mogelijkheden tot uitbreiding van de jazzprogrammering of professionalisering van de regionale podia. Hoewel de gesubsidieerde ensembles wel een professionaliserings-slag hebben kunnen maken, worden er minder ondersteund dan in het verleden. En door het verkleinde podiumcircuit kunnen musici nu bijvoorbeeld niet meer vijf tournees van tien concerten per jaar doen. Nieuwe generaties musici hebben minder kansen dan hun voorgangers. De meeste professionele Nederlandse musici werken nu vooral niet in Nederland. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In november 2005 publiceerde OC&amp;W het rapport “Bestel in beeld”. Daarin werd het hoofddoel van het beleid van het ministerie geformuleerd: “het scheppen van voorwaarden voor het in stand houden, ontwikkelen, sociaal en geografisch spreiden of anderszins verbreiden van cultuuruitingen; hij laat zich daarbij leiden door overwegingen van kwaliteit en verscheidenheid”. Het voorafgaande in ogenschouw genomen kan de vraag worden gesteld of OC&amp;W wel aan zijn eigen norm voldoet. Nog afgezien van hun politieke kleur hebben de bewindslieden keuzen gemaakt die voor de jazz ongunstig zijn gebleken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De ontwikkeling van structurele concertsubsidies  -  Rijk 1975 – 2004 (jaarlijks)&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;SJIN 1975 - 1992 (jaarverslag 1986)&lt;br /&gt;concerten: 1039    budget: € 512.149  &lt;em&gt;100%&lt;/em&gt;  120 podia  &lt;em&gt;100%&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;SJIN 1992 – 1996 (vanwege NI)  &lt;br /&gt;concerten: 766     budget: € 396.619  &lt;em&gt;77%&lt;/em&gt;  120 podia &lt;em&gt;100%&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;MTN 1996 – 2001  &lt;br /&gt;concerten: 646     budget: € 356.000 &lt;em&gt;70%&lt;/em&gt;    50 podia  &lt;em&gt;42%&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;FPPM - RKP 2002 – 2004 &lt;br /&gt;concerten: 469     budget: € 238.500 &lt;em&gt;47%&lt;/em&gt;    40 podia  &lt;em&gt;33%&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;FPPM - RKP 2003 – 2004 &lt;br /&gt;concerten: 450???  budget: € 271.728 &lt;em&gt;53%&lt;/em&gt;    29 podia &lt;em&gt;24%&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Overzicht structurele concertsubsidies   –  Rijk 2006 - 2008 (jaarlijks)&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;OCW – 4 grote podia (Convenanten met lagere overheden)&lt;br /&gt;€ 744.750  (69% van totaal)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;FPPM (RKP) - 33 kleine, regionale podia&lt;br /&gt;€ 333.660  (31% van totaal)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;totaal: € 1.078.410  &lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Overzicht alle subsidies jazzsector jaarlijks per 1-1-2007&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Rijk - reguliere &amp; projectsubsidies voor podia (OCW &amp; FPPM) &lt;br /&gt;€ 1.584.750 (32,4% van totaal) &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Rijk - subsidies voor groepen en musici (ensembles, FAPK &amp; FST) &lt;br /&gt;€ 1.392.500 (28,5% van totaal)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Rijk - ondersteunende instellingen &lt;br /&gt;€ 363.072 (7,4% van totaal) &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Provincies en vier grote Gemeenten (Convenanten met Rijk)  &lt;br /&gt;€ 1.186.417 (24,3% van totaal)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kleine Gemeenten *   &lt;br /&gt;€ 357.750 (7,3% van totaal)&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;strong&gt;totaal € 4.884.489 &lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;__________________________________________________________&lt;br /&gt;* De grote gemeenten participeren gemiddeld voor zo’n 60% in de jazzpodiumorganisaties, voor de vergelijking is dat bij de kleine gemeenten ook genomen. Exacte opgave van gemeenten ontbreekt echter. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het aandeel van het rijk in de jazzsector komt zo op ruim 70%.&lt;br /&gt;__________________________________________________________&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/36913458-116233104142910835?l=jazz-in-nederland.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/feeds/116233104142910835/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=36913458&amp;postID=116233104142910835&amp;isPopup=true' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/116233104142910835'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/116233104142910835'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/2006/10/hoofdstuk-2-korte-focus-op-het.html' title='Hoofdstuk 2 Korte focus op het jazzbeleid van de afgelopen drie decennia'/><author><name>Michiel Scheen</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06425155416830444402</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-36913458.post-116233075965842018</id><published>2006-10-31T22:36:00.001+01:00</published><updated>2008-06-21T09:20:36.259+02:00</updated><title type='text'>Hoofdstuk 3 Verbeterpunten</title><content type='html'>&lt;br&gt;&lt;em&gt;1. Centrale regie&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;a. &lt;strong&gt;Er moet er één goed functionerend instituut met eenduidige doelstellingen komen.&lt;/strong&gt; Het ontbreken van een beleidsontwikkelende en -uitvoerende instelling voor jazzmuziek geeft het huidige bestel weinig slagkracht. Een Fonds voor Muziek, Dans en Theater zou zo’n instelling kunnen zijn. Deze zou dan in continu overleg met enerzijds OCW, VNG en IPO, anderzijds met het beroepsveld de regie over de jazzprogram-mering in Nederland moeten gaat voeren. Deze reorganisatie zou echter voorlopig de laatste binnen het jazzbestel moeten zijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;b. &lt;strong&gt;Er moet een integraal en flexibel subsidiearrangement komen dat politiek-bestuurlijk stevig gefundeerd is en langere tijd mee kan.&lt;/strong&gt; Zonder dat de muziekpraktijk daartoe aanleiding geeft is subsidiëring van podia en musici nu bestuurlijk gescheiden; aanbod en afname worden onvoldoende bij elkaar gebracht. Bij de SJIN waren uitsluitend musici en ensembles subsidiabel, bij het MTN alleen podia. Nu subsidieert het FST componisten, het FAPK en OC&amp;W ensembles, het FPPM de jazzprogrammering van podia en de gemeenten uitsluitend de behuizing van podia. Zowel Gemeenten, Provincies, het FAPK en het FPPM hebben of nemen niet de financiële ruimte om de jazzprogrammering in Nederland uit te breiden. In een nieuwe organisatievorm zou dit alles bijeen gebracht moeten worden en er ook weer concertsubsidies voor musici en ensembles beschikbaar moeten komen. Op deze manier kunnen zij meer en andere podia bereiken en kunnen er nieuwe publiekgroepen bereikt worden. Alle stijlen binnen het genre (zie hoofdstuk 1, pagina 6) zouden evenredig in het beleid vertegenwoordigd moeten zijn. Onder het motto “goede plannen moeten goed ondersteund worden” zouden podia én musici (eventueel gecombineerde) aanvragen moeten kunnen doen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;c. &lt;strong&gt;Musici- en podiumorganisaties moeten bij de beleidsontwikkeling betrokken worden.&lt;/strong&gt; Daarnaast moet aan de sectoranalyses en adviezen van de Raad voor Cultuur en aan signalen uit het veld meer aandacht besteed worden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;2. De podia&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;a. &lt;strong&gt;OCW, Fondsen, IPO en VNG moeten gezamenlijk verantwoording voor het jazzbeleid nemen. En: onder één verantwoordelijkheid moet het jazzpodiumcircuit een landelijke, centrale aansturing krijgen.&lt;/strong&gt; Het lokale cultuurbeleid mist artistieke diversiteit: bij veel gemeenten is jazzbeleid afwezig, onderontwikkeld en kwetsbaar. Van de circa 470 gemeenten in Nederland ondersteunen er slechts 37 jazzpodia en binnen een aantal gemeenten verliest de kleinschalige muziekpraktijk bovendien steeds meer terrein, bijvoorbeeld aan grootschalige stedelijke culturele projecten. Gemeentelijke podiumvoorzieningen, zoals schouwburgen en theaters programmeren niet uit zichzelf jazzmuziek. Een circuit van gespecialiseerde jazzpodia is noodzakelijk en het opzetten, onderhouden en uitbouwen daarvan, slaagt alleen door een centrale, landelijke aansturing. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;b. &lt;strong&gt;Er moet ruimte komen voor uitbreiding van het jazzpodiumcircuit.&lt;/strong&gt; Het rijksbeleid heeft er mede voor gezorgd dat er steeds minder speelmogelijkheden en acquisitiemogelijkheden voor musici en ensembles zijn. Teveel gemeenten voeren een eenzijdig podiumbeleid. Op korte termijn zou er binnen de RKP meer ruimte voor marketingbudgetten moeten zijn, zodat ook op deze wijze nieuw publiek gewonnen kan worden. Daarnaast zouden er jaarlijks meer aanvraagronden mogelijk moeten zijn. Op langere termijn zou een Fonds voor de Muziek, Dans en Theater de jazzprogrammering over een groter aantal podia moeten kunnen verspreiden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;c. &lt;strong&gt;Podia moeten beter ondersteund worden, zodat organisatieversterking en publieksuitbreiding gerealiseerd kan worden.&lt;/strong&gt; De podia zetten veelal met vrijwilligers een professioneel programma met internationale allure neer. Er moet ruimte en beleid komen voor het professionaliseren van de podiumorganisaties. Daarvoor zou een inventarisatie van knelpunten en behoeften van podia moeten plaatsvinden. De VIP zou kunnen aangeven waaraan criteria en procedures voor podiumsubsidies tenminste aan zouden moeten voldoen. Veel kwalitatief aanbod moet door budgettaire krapte van de podia worden afgewezen: het jaarlijkse rijksbudget voor reguliere concerten (bijna €1.080.000) is onvoldoende.&lt;br /&gt;Met het “beter ondersteunen” (Nuis, 1997) van de jazzpodia moet spoedig een aanvang genomen worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;3. &lt;em&gt;Het beroepsperspectief van jazzmusici&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;a. &lt;strong&gt;Het beroepsperspectief van jazzmusici moet worden verbeterd en compositorische arbeid moet subsidiabel blijven en voor meer jazzmusici toegankelijk zijn.&lt;/strong&gt; Nooit is sprake geweest van een rijke schare aan gesubsidieerde jazzmusici. Ten tijde van de SJIN bood het rijksbudget voor concerten (jaarlijks ruim fl 1,1 miljoen) ruimte aan slechts 66 musici een half modaal jaarinkomen te verdienen (fl 17.500 bruto), in 2005 waren dat er zo’n 74 (met € 14.500 bruto per jaar). Het jaarlijkse rijksbudget voor reguliere concerten is nu zo’n €1.080.000; in totaal besteden rijk, provincies en gemeenten nauwelijks € 5,5 miljoen per jaar aan de sector, waarin volgens de Raad voor Cultuur zo’n 1800 jazzmusici werkzaam zijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;b. &lt;strong&gt;Een verhoging van het overheidsbudget voor jazzmuziek is noodzakelijk.&lt;/strong&gt; Niet alleen om het beroepsperspectief van musici te verbeteren, maar ook om podia beter te kunnen ondersteunen. De plannen van staatssecretaris Nuis uit 1996 (“stimulans van de publieksuitbreiding op jazzpodia”) moeten nu eindelijk geconcretiseerd worden. En zoals staatssecretaris Van der Laan in haar beleidsbrief ‘Verschil maken’ (september 2005) schrijft: “we moeten niet uitgaan van ‘wat we er voor over hebben’, maar van ‘wat het &lt;br /&gt;kost’ ”. Welnu, een nadere uitwerking hiervan vindt u in het volgende hoofdstuk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;c. &lt;strong&gt;Meer ensembles moeten beter worden ondersteund.&lt;/strong&gt; Ondanks de verbeterde positie van een aantal jazzensembles, worden er in aantal minder ensembles dan voorheen ondersteund. In bijvoorbeeld 1986 werden 31 ensembles door de SJIN gesubsidieerd, tegenover de 17 ensembles in de huidige Cultuurnota 2004-2008. Bij het FAPK worden jaarlijks nog maar een klein aantal ensembles projectmatig ondersteund. Uitkoopsom verlagende subsidies voor concerten van musici en ensembles zouden binnen een toekomstige subsidieregeling beschikbaar moeten zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;4. Ondersteuning van de jazzsector&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;a. &lt;strong&gt;Collectieve sectorpromotie moet in het leven geroepen worden.&lt;/strong&gt; De ondersteuningsstructuur wordt op dit moment gereorganiseerd, het aandeel jazz daarin wordt verminderd van 10 naar 6%. De ondersteunende instelling ‘De Jazzorganisatie’  kan nu niet sturend optreden bij het ontwikkelen en uitvoeren van jazzbeleid. De Jazzorganisatie (binnen het op te richten Muziekinstituut) en het nieuwe Fonds voor de Muziek, Dans en Theater (in concept) zouden in de toekomst innig samen moeten gaan werken. Ook dit zou kunnen leiden tot het winnen van nieuw publiek. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;b. &lt;strong&gt;De publieke omroepen moet verplicht worden hun jazzprogrammering te behouden en uit te breiden.&lt;/strong&gt; Jazz en geïmproviseerde muziek moet niet alleen op de kabel, maar ook in de ether te beluisteren zijn. Uitzendtijden dienen vervroegd te worden. Meer publiek kan ook op deze manier worden bereikt.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/36913458-116233075965842018?l=jazz-in-nederland.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/feeds/116233075965842018/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=36913458&amp;postID=116233075965842018&amp;isPopup=true' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/116233075965842018'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/116233075965842018'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/2006/10/hoofdstuk-3-verbeterpunten.html' title='Hoofdstuk 3 Verbeterpunten'/><author><name>Michiel Scheen</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06425155416830444402</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-36913458.post-116233031284338597</id><published>2006-10-31T22:31:00.001+01:00</published><updated>2008-06-21T09:21:01.019+02:00</updated><title type='text'>Hoofdstuk 4 Het alternatief: benodigd minimaal beleid, en: “wat kost het?”</title><content type='html'>&lt;br&gt;Eén instelling in Nederland zou de regie over het jazzbeleid moeten krijgen. Bovengenoemd Fonds voor de Muziek, Dans en Theater zou dat kunnen zijn. ‘Stakeholders’ in dat fonds zouden dan OCW, IPO, VNG het ‘ondersteunende’ Muziekinstituut en de beroepsorganisaties zijn. In samenspraak met de laatsten (VIP, NTB, Unie van Componisten) zou dit fonds subsidiecriteria moeten formuleren en de verantwoordelijkheden moeten verdelen. De beheerslasten van podia (punt 2) moeten nog nader ingevuld worden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;1 &lt;strong&gt;Concerten&lt;/strong&gt;: 1500 jazzconcerten in een uitgebreid podiumcircuit, plus 500 additionele, projectmatig gerealiseerde jazzconcerten. Subsidiabel zijn goede plannen voor reguliere concertreeksen, bijzondere projecten en festivals. Zowel podia als musici moeten (eventueel gezamenlijk) aanvragen kunnen indienen. &lt;br /&gt;2000 concerten x gemiddelde groepsgrootte (4,5) x honorarium (€ 360 bruto) = &lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Budget: € 3.240.000,-&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;2 &lt;strong&gt;Podia&lt;/strong&gt;: van 33 gespecialiseerde jazzpodia naar minimaal 60 over het land verspreid: dat is 27 erbij. Organisatieversterking, promotie, marketing en publieksuitbreidingsactiviteiten van podia moeten subsidiabel worden. Provincies en gemeenten moeten verplicht worden een meer gevarieerd cultureel beleid te voeren. De VIP zou moeten aangeven waaraan het beleid voor podia moet voldoen.&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Budget: pro memori&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;3 &lt;strong&gt;Ensembles &amp; musici&lt;/strong&gt;: in plaats van ruim twintig ondersteunde ensembles straks 40 ondersteunde ensembles. In de periode 2004-2008 worden de 17 ensembles die in de Cultuurnota zijn opgenomen voor € 1.392.500 ondersteund - dat is circa € 82.000 gemiddeld. &lt;br /&gt;40 x 82.000 = € 3.280.000,-. Compositorische arbeid (nu + € 2 ton): € 500.000,-&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Budget: € 3.780.000,-&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;4 &lt;strong&gt;Sectorondersteuning&lt;/strong&gt; voor zaken die de macht van individuele podia en musici overstijgen; educatie, (inter)nationale promotie, kennis- en informatie, archivering. Meer positieve berichtgeving, meer pers- en media aandacht, meer collectieve en centraal geregisseerde  promotie.&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Budget: € 500.000,-&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;5 &lt;strong&gt;Eén verantwoordelijke instelling&lt;/strong&gt; of een mandaat bij één instelling, die jazzbeleid ontwikkeld en de verantwoordelijkheden van de verschillende overheden coördineert. Zoals eerder genoemd: een Fonds voor de Muziek, Dans en Theater.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Exclusief beheerslasten van podia is het voorlopig minimaal benodigd totaalbudget: &lt;br /&gt;&lt;strong&gt;€ 7.520.000.&lt;/strong&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/36913458-116233031284338597?l=jazz-in-nederland.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/feeds/116233031284338597/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=36913458&amp;postID=116233031284338597&amp;isPopup=true' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/116233031284338597'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/36913458/posts/default/116233031284338597'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://jazz-in-nederland.blogspot.com/2006/10/hoofdstuk-4-het-alternatief-benodigd.html' title='Hoofdstuk 4 Het alternatief: benodigd minimaal beleid, en: “wat kost het?”'/><author><name>Michiel Scheen</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06425155416830444402</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry></feed>
